Maçonnieke betekenissen van de Zon in oude rituelen
De Zon verscheen aanvankelijk alleen in de oude maçonnieke rituelen. Ze wordt al vermeld in het oudst bekende maçonnieke manuscript (het Edinburgh-manuscript, 1696), waar ze, samen met het firmament, wordt gepresenteerd als getuige van de eed die de toekomstige vrijmetselaar zal afleggen. Ze vertegenwoordigt zo het oog van God dat alle dingen in het licht stelt.

Vervolgens vinden we de Zon terug in het “Sloane”-manuscript nr. 3329 (ca. 1700), waar we leren dat ze een van de drie Lichten van de Loge is, samen met de Meester en de winkelhaak. Van de Maan is dan nog geen sprake. Het “Dumfries”-manuscript nr. 4 (ca. 1710) brengt een nieuwe precisie aan, aangezien dit het eerste is dat de opkomende Zon koppelt aan het openen van de Werkzaamheden, en de ondergaande Zon aan de sluiting ervan. Voor dit manuscript telt de Loge enkel deze twee Lichten. Het idee dat de Meester in het Oosten staat om de opkomende Zon te observeren en de arbeiders aan het werk te zetten, raakt dan ingeburgerd, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het “Trinity College”-manuscript uit 1711. Het model wordt later aangevuld met de vermelding van de Zon op haar meridiaan, oftewel het Zenit, en door haar associatie met de plaats van de Meester en de twee Opzieners zoals gebruikelijk in de rituelen van de “Oude” Riten (Angelsaksische riten, Aloude en Aangenomen Schotse Ritus…): de Achtbare Meester in het Oosten om de vrijmetselaars aan het werk te zetten, de 2e Opziener in het Zuiden om de rusttijd aan te geven, en de 1e Opziener in het Westen om de werkzaamheden te sluiten.
Tot de jaren 1725 lijkt de Zon in maçonnieke rituelen dus twee betekenissen te hebben gehad: verbonden met de eed werd ze een beeld van de goddelijke Gerechtigheid die de wereld observeert; en verbonden met de Loge en haar Werkzaamheden vertegenwoordigde ze de Macht die de natuur bestuurt tussen haar opkomst en ondergang, die de maçonnieke arbeid markeren. Dat is vrij logisch: de oude rituelen bleven waarschijnlijk dicht bij de operatieve rituelen en vanuit dat perspectief was alleen de Zon van belang, omdat er ‘s nachts niet werd gewerkt.
Winkel vervaardigt hangers met deze twee hemellichamen. Bekijk de collectie.
Verschijning van de Maan in de maçonnieke symboliek
Het verschijnen van de Maan in de rituelen moest waarschijnlijk wachten tot de operatieve dimensie geleidelijk plaatsmaakte voor een meer spirituele en esoterische lezing. In 1726 vinden we de eerste vermelding van de Maan in een maçonniek manuscript met een zeer uitgesproken christelijke stempel, het “Graham”-manuscript. Dit manuscript leert ons dat de Loge twaalf Lichten, of Juwelen, telt: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, vervolgens de Zon, de Maan, de Meester-Vrijmetselaar, de winkelhaak, de liniaal, het lood [waarschijnlijk de waterpas], het touw [waarschijnlijk het schietlood], de maçonnieke hamer en de beitel. De Zon behoudt een zekere voorrang, want er staat dat ze “dag en nacht licht verschaft”. Maar wie verspreidt dat licht op aarde tijdens de nacht? Dat is waar de Maan in beeld komt, het mysterieuze nachtelijke hemellichaam, symbolisch verbonden met water: “Wat de maan betreft, het is een duister lichaam dat voortkomt uit het water, ze ontvangt haar licht van de zon en is tevens koningin van de wateren, die het beste waterpas zijn”.
De Maan zal voortaan in de Loge worden geassocieerd met de Zon, en de drie Lichten die de nieuwe Leerling ontdekt zijn niet langer de Zon, de Meester en de winkelhaak, maar wel de Zon, de Maan en de Meester. De rituelen zullen zo meer neigen naar introspectie, innerlijk werk en de ontdekking van de onbewuste dimensie van het wezen. Het verschijnen van de Maan is onmiskenbaar het teken van een toename van de esoterische en psychologische dimensie van de vrijmetselarij.

Met haar zullen andere symbolen worden gewaardeerd die van de Loge een uitgestrekt binair systeem maken, waarvan de dualiteit bestemd is om te worden gesublimeerd en verzoend door het ternaire principe: de zuilen B en J, de zwarte en witte vakken van de Mozaïekvloer. De Zon wordt dus een actief, expansief, mannelijk symbool, terwijl de Maan wordt begrepen als passief, ontvankelijk en vrouwelijk. Men kan er gemakkelijk een alchemistische symboliek aan toevoegen: de Zon vertegenwoordigt Goud of Zwavel, en de Maan Zilver of Kwik.
De maçonnieke inwijding wordt zo duidelijk een innerlijk avontuur dat degene die zich op dit pad begeeft, leidt naar het volbrengen van wat de analytisch psycholoog Carl Gustav Jung in de 20e eeuw “individuatie” zou noemen: de verzoening van tegenstellingen, een teken van psychologische volwassenheid.
Is de maçonnieke symboliek van Zon en Maan universeel?
Wanneer men symboliek bestudeert, heeft men misschien te snel de neiging tot “concordisme”, dat wil zeggen: zoeken naar wat de verschillende symbolische systemen uit verschillende culturen verenigt en verbindt. Symboliek wordt soms iets te haastig beschouwd als de universele spirituele taal. Ja, symboliek is universeel; het is manifest de uitdrukking van het menselijke intra-psychische leven. Het is vergelijkbaar met een taal, en in die zin is het universeel. Maar net zoals er verschillende talen bestaan die zijn ontstaan binnen zeer uiteenlopende culturen, is symboliek altijd ingebed in een specifieke culturele en dus taalkundige context.
Alles wat men op symbolisch vlak over de Zon en de Maan in de vrijmetselarij kan zeggen, zal soms universeel zijn en soms cultureel bepaald. Universeel is wat berust op de observatie van de fenomenen zelf: dat de Zon en de Maan opkomen in het Oosten en ondergaan in het Westen is universeel; dat de Zon altijd vol is, terwijl de Maan soms wassend, vol, afnemend of zwart is, is universeel.
Maar dat de Zon mannelijk is en de Maan vrouwelijk, zoals het geval is in de maçonnieke symboliek, dat is verre van universeel. Laten we niet vergeten dat er geen denken bestaat zonder taal. Onze concepten, hoe verheven ook, worden noodzakelijkerwijs bepaald door de woorden waarover we beschikken en, in bredere zin, door de taal die we spreken.
De evidente “mannelijkheid” van de Zon en de niet minder evidente “vrouwelijkheid” van de Maan dringen zich alleen op aan volkeren die deze twee hemellichamen op die manier hebben ingedeeld. Dit is het geval in de meeste Europese talen, in navolging van het Latijn en het Grieks. Alleen het Duits draait de toewijzingen om (Die Sonne, der Mond, letterlijk De Zon en De Maan), en het Iers-Gaelisch lijkt ze beide vrouwelijk te maken. Het Hebreeuws zet ze dan weer beide in het mannelijk, maar wat te zeggen van de vele talen die grammaticaal geen geslacht kennen of ze alleen toepassen op persoonlijke voornaamwoorden, zoals bijvoorbeeld het Chinees, Thais of Malagassisch…
Gerelateerde producten
-

1e Diaken schort. 39x33cm – York Rite
Prijsklasse: 64.99€ tot 78.01€ 🛒 Dit product heeft meerdere variaties. Deze optie kan gekozen worden op de productpagina -

1e Intendantschort. 39x33cm – York Rite
Prijsklasse: 64.99€ tot 78.01€ 🛒 Dit product heeft meerdere variaties. Deze optie kan gekozen worden op de productpagina -

2e Diaken schort. 39x33cm – York Rite
Prijsklasse: 64.99€ tot 78.01€ 🛒 Dit product heeft meerdere variaties. Deze optie kan gekozen worden op de productpagina
